Veel méér dan een winkel

Ben, Bas en Benno. Het zou een begin van een leesplankje kunnen zijn. Ware het niet dat de belangrijkste letter hier nog niet staat. Joke – mét een grote hoofdletter J – is de spil van de familie Van Sleeuwen. Zoals dat wel vaker gaat in een gezin met enkel zoons, wordt moeder op handen gedragen. Ze is het geheim van een goed lopend familiebedrijf.

Het bedrijf begon ooit op de Zuiderpassage. Daar startte eind jaren zestig Ben van Sleeuwen: tabak en post. Vanaf het begin was het er druk. Ben: “Eigenlijk begon de zaak al iets eerder. Mijn ouders hadden in 1959 al een zaak, om de hoek van wat de Zuiderpassage zou worden. In de Hildebrandstraat waren in die tijd kleine winkeltjes. In een van die pandjes draaiden mijn ouders al een tabakswinkeltje.”

In de Zuiderpassage is het vanaf het begin af aan druk in de winkel. Dat komt ook door het postkantoortje dat Ben en Joke tegelijkertijd in dezelfde zaak draaien. Zodra zoons Benno en Bas groot genoeg zijn helpen ze mee. Bas: “In de zaak van mijn ouders kon ik een extra zakcentje verdienen. Ik weet niet beter dan dat wij een winkel hadden.”

Hectiek
In de hectische jaren van een jong gezin is het niet altijd gemakkelijk voor Ben en Joke om een eigen zaak te hebben. Ben: “Dat merkten we vooral als er iets met de jongens was. Bas kon bijvoorbeeld niet meekomen op de reguliere lagere school. Hij moest naar het speciaal onderwijs. Dat was een intensieve periode. Joke heeft in die tijd ons gezin echt draaiende gehouden.”

De Zuiderpassage was niet veel meer.

De werkelijke reden van het moeilijke meekomen van Bas op school werd pas veel later duidelijk. Hij blijkt slecht te kunnen horen. Ondanks zijn slechtere gehoor volgt hij met succes een detailhandelsopleiding en staat vanaf zijn negentiende fulltime in de zaak. In 1999 staat hij een jaar alleen in de winkel. Het is het laatste jaar dat Van Sleeuwen in de Zuiderpassage zit. Bas: “We hadden in die tijd al een enorme vaste klantenkring. De Zuiderpassage was niet veel meer. Er kwamen steeds meer kantoren en het was niet meer het bruisende gezellige centrum dat het ooit was. Omdat we niet in één keer weg wilden gaan, heb ik nog een jaar in de passage gezeten. Zo konden mensen wennen aan het feit dat onze nieuwe winkel aan de Pettelaarseweg ging zitten.”

Ik ken iedereen van gezicht.

Zes jaar geleden werd Van Sleeuwen onderdeel van Bruna. Nu zitten ze bij Primera. Ben: “Dat is een coöperatie. En binnen die coöperatie zijn we zelfstandig. Dat vinden we veel fijner dan onderdeel zijn van een grote keten als Bruna.” Overigens zegt bijna geen enkele klant Primera. Bas: “Vooral de oudere klanten hebben het over Van Sleeuwen. Bijna 80% van onze klanten zijn vaste klanten. Ik ken iedereen van gezicht.”

Een beetje rust schijnt goed te zijn.

Ontmoetingsplaats
Vader en moeder Van Sleeuwen zijn officieel al jaren geen eigenaar meer van de zaak. Bas draait het bedrijf op Zuid en broer Benno heeft een winkel in Rosmalen. Maar moeder Joke doet nog steeds de boekhouding. Ben: “Joke is superbelangrijk. Alles draait om haar. Ze springt bij in de winkel en helpt altijd.” Het is fijn dat de zoons zoveel op hun ouders kunnen leunen, want een eigen zaak is behoorlijk druk. Bas werkt zes dagen in de week en gaat bijna nooit op vakantie. Bas: “Ik kan dat niet. Dagen stilzitten. Maar ik zou wel vaker afstand moeten nemen. Een beetje rust schijnt goed te zijn. Maar ik ben nou eenmaal graag bezig. En ik heb ook een fantastische baan. Wijkbewoners vertellen me heel veel. Ik ben een soort kapper. Sommige mensen zijn eenzaam. Ik weet precies wie er om een praatje verlegen zit. Wij zijn echt nog een ouderwetse buurtwinkel. Net als op de Zuiderpassage is onze zaak een ontmoetingsplaats. Dat maakt het voor mij zo leuk. Deze winkel is vanaf het begin veel méér dan een winkel.”