Van kantelpalletjes tot computers

In Den Bosch is het een puinhoop: gebouwen liggen in puin, de mensen hebben honger, er is veel kapot en de armoede is groot. Het noorden van Nederland wacht met smart op de bevrijding. In het zuiden is een paar ondernemers zo dapper om iets nieuws op te starten.

Gewoon omdat een mens nu eenmaal door moet gaan. Op 1 februari 1945 staat er in het dagblad De Sirene (een van de voorlopers van het Brabants Dagblad) een advertentie van Keser en Bottelier. Ze beginnen een nieuwe zaak aan de Snellestraat 52, in de Bossche binnenstad. Het is het begin van het tijdperk Keser. Een tijdperk dat zich voor vijfendertig jaar af zou gaan spelen in de Zuiderpassage.

Henk Keser (1943) heeft eigenlijk te veel verhalen. Thuis heeft hij de archieven om ze te boekstaven. De herinneringen en anekdotes over zijn familie en het bedrijf waar het hele gezin mee opgegroeid is, vechten om voorrang. “Alles zit hier”, en hij tikt op zijn hoofd. “En dat is maar goed ook. Want een hoop dia’s met beeldmateriaal is inmiddels aan het vergaan. Maar ik weet alles nog.”

Keser start de zaak in een tijd waarin aan alles te kort is. Het bedrijf richt zich op het onderhoud en de reparatie van schrijfmachines. Aan vervangende onderdelen is niet te komen. En dus moet de vader van Henk creatief zijn als er kapotte Underwoods en Remingtons binnenkomen. “Kantelpalletjes gingen vaak stuk. Die kon hij zo namaken. Hij deed al het soldeerwerk zelf. Uit oude schrijfmachines haalde hij typarmen die nog goed waren. Die werden gekookt en daarna gepolijst met een glasgum. Mijn ouders deden dat samen. Tot diep in de nacht zaten ze aan de keukentafel te poetsen, totdat alles weer glom.”

Het gezin Keser

Het gezin kent negen kinderen. Vanaf het begin is dit echt een familiebedrijf. “Mijn vader moest de kosten zo laag mogelijk houden. En dus hielp iedereen mee. Een zus van mij deed de administratie en een ander deed de verkoop op de fiets. En ik draaide al vroeg mee in de winkel.”

De zaak groeit. Een paar jaar na de oorlog introduceert Keser machines van het Duitse Triumph. Een heikel punt, want zouden de Nederlanders die wel kopen? Het lukt. Het is vreselijk druk in het grote gezin, maar alles draait. Totdat het noodlot toeslaat. Vader Keser wordt in 1955 getroffen door een hersenbloeding en overlijdt. Zijn vrouw en negen kinderen blijven ontheemd achter. De oudste broer van Henk zit op dat moment in militaire dienst. “Die moest terugkomen, want hij was de oudste broer en kon als enige de zaak overnemen.”

Hoe je verder gaat als je vader overlijdt? Henk neemt een slok koffie en denkt na. “Er is op zo’n moment geen keuze. Mijn moeder had dat grote gezin en de zaak. Alles moest blijven draaien. Dat lukte haar, ook dankzij mijn oudere broers. De zaak verhuisde naar de Verwerstraat, waar we veel meer ruimte hadden. En we gingen ook groter wonen. Voor het eerst hadden alle kinderen een eigen kamer en er was centrale verwarming.”

Henk gaat naar de Mulo en volgt het vak boekhouden. In 1962 gaat hij bij zijn broer werken in Helmond, die daar onder de paraplu van Keser een eigen zaak heeft. In 1972 besluit Henk eveneens een eigen zaak te beginnen. Dat doet hij in de Zuiderpassage. Eerst aan de voorkant, vanaf 1981 aan de achterkant, met uitzicht op de Lambooybrug. Hij trekt in het oude pand van De Gruyter. Op deze nieuwe plek is een lift, zodat hij niet meer zo hoeft te sjouwen met de loodzware machines. Henk verkoopt er alles voor kantoor. “Van nietjes tot computers. Lang verkocht ik ook nog schrijfmachines. Totdat bijna niemand die meer wilde en bedrijven en masse overgingen op de computer.”

Henk brengt vijftig uur per week door in de Zuiderpassage. “In het begin was ieder pand gevuld met een winkel waar mensen voor hun dagelijkse boodschappen naartoe gingen. In de loop der tijd veranderde dat. Winkels sloten, het werd hier rustiger. Gelukkig wisten mensen mijn zaak altijd te vinden. Ik vond goede service het allerbelangrijkst. Ik zorgde ervoor dat mijn stoelen minstens vijftien jaar meegingen. En hoewel ik overwegend zakendeed met grote bedrijven, kon iedereen bij mij terecht. Ik bewaarde alles, waardoor ik veel particulieren kon helpen die nét een klein onderdeeltje misten.”

Rond het jaar 2000 komen de eerste webshops op. Henk heeft ook een website en er kan via het internet besteld worden, maar een volledige online winkel heeft hij niet. “De concurrentie van het internet was hoog. Te hoog voor mij. Ik heb de laatste jaren behoorlijk moeten knokken.”

In 2007 verkoopt hij de zaak. “In de laatste jaren werden de marges steeds kleiner. De markt veranderde. Alles moest snel, snel, snel. Ik heb het commerciële aspect nooit belangrijk gevonden. Service vond ik veel belangrijker. Een goede zaak draait niet per se om veel verdienen.  Ik heb dat nooit belangrijk gevonden. Als wij een belegde boterham hadden en de klanten tevreden waren, dan deden we het goed.”