“Ik had nog nooit een was gedaan”

Eerst was er olie. Een hoop motorolie. Waren er gesprekken over paardenkracht en het geluid dat volgens liefhebbers zonder discussie het allermooiste geluid is dat er is: dat van een ronkende Harley. Na twaalf jaar werken bij Harley Davidson was er voor Koen van Oirschot opeens een witte en een bonte was.

Gingen de gesprekken over een machine die overhemden tegelijkertijd kan drogen en strijken en draait zijn werkweek om hele andere toeren. Die van de zestien was- en droogmachines in zijn zaak. 

Heel eerlijk? Koen had tot voor kort nog nooit een was gedaan. Hij had geen idee hoe de wasmachine in zijn huis werkte. Niet dat hij nooit iets in het huishouden deed, maar het was er gewoon nooit van gekomen. Nu moet hij daar om lachen. Inmiddels heeft de eigenaar van Wasserij en Stomerij Zuid de schade wel ingehaald. Wekelijks is hij zo’n zestig uur in de weer met de was. Met de overname van de wasserij – drie jaar geleden –  heeft zijn leven een flinke wending genomen. 

Koen heeft wel tijd voor een gesprek, “maar ik moet wel in de gaten houden of de nieuwe tafel er al aankomt.” De tafel in kwestie is een exemplaar van staal, dat speciaal voor de wasserij gemaakt is. Bedoeld voor het vouwen van de grote lakens die de horecazaken bij hem brengen. 

Wassen met een muntje
Op de plek van de nieuwe tafel ligt geschiedenis. De wasserij zit sinds 1961 in de Zuiderpassage. Koen: “De zaak was eerst van Joop Rondel. Zijn vader begon in 1961 met de wasserij. In die beginjaren kwamen mensen zelf hun was doen. Buurtbewoners konden met een muntje de machine laten draaien. Het was de tijd waarin nog lang niet iedereen zelf een wasmachine had.”

Voor mensen die zelf niet kunnen komen, haalt de wasserij alles gewoon op.

Nog steeds brengen particulieren hun was. En voor mensen die zelf niet kunnen komen, haalt de wasserij alles gewoon op. “We hebben klanten die vanaf het begin bij ons komen. Inmiddels zijn die flink op leeftijd en niet meer zo mobiel. Bij hen kom ik thuis. Ik vind het belangrijk dat ze gewoon klant bij ons kunnen blijven. Onze wasserij staat bekend om de goede service. Daar hoort bij dat het vanzelfsprekend is dat je als ondernemer een stapje meer zet.”

Dat stapje meer is geen ijdele borstklopperij. Heeft iemand een jurk met een vreemd luchtje? Dan behandelt de wasserij de japon net zo vaak totdat het verdwenen is. “Nee, daar verdienen we dan niks meer aan. Maar de klant is tevreden en die vertelt dat dan weer door. Dat is de beste publiciteit.”

Van motors tot wasmachines
Het is puur toeval dat Koen in deze business terecht is gekomen. De boekhouder van de voormalige eigenaar was een vriend van Koen. “Op een dag zei hij tegen mij dat een van zijn klanten met pensioen zou gaan en een opvolger zocht. Hij wist dat ik graag eens voor mezelf wilde beginnen. Ik heb er even over nagedacht, want een wasserij was wel iets heel anders. Ik was op dat moment twaalf jaar in dienst bij Harley Davidson. Maar ik besloot het te doen. Ik heb eerst een maand met Joop meegelopen. Daarna heeft Joop nog een maand met mij meegekeken. En toen moest ik het zelf doen. Gelukkig bleef Joke bij ons werken. Zij had altijd met Joop gewerkt en wist precies hoe alles ging. Daar heb ik echt veel aan gehad. Het eerste jaar durfde ik niet zelf te gaan experimenteren, dus deed ik alles precies zoals ik het van Joop geleerd had. Daarna durfde ik eens nieuwe zeep te kopen en eigen ideeën uit te werken.

Iets waar Koen bijzonder enthousiast van wordt, is de nieuwe overhemdenmachine.

Iets waar Koen persoonlijk bijzonder enthousiast van wordt, is de nieuwe overhemdenmachine. “Ik zag hem voor het eerst in Italië. Ik was daar naartoe gereisd voor een andere machine, maar toen liet de eigenaar van de fabriek me dit ding zien. Magnifiek. Hij is in staat om een gewassen overhemd droog te blazen en tegelijkertijd te strijken. Hij blaast het kledingstuk eigenlijk in fases droog, terwijl hij het tegelijkertijd op spanning brengt. Zo verdwijnen de kreukels. Omdat het zo’n duur apparaat is, zou het pas rendabel zijn als ik heel veel overhemden ingeleverd zou krijgen. Ik kreeg op dat moment nauwelijks overhemden binnen. Maar ik was zo onder de indruk dat ik dacht: ik koop ‘m en dan zorg ik wel dat ‘ie rendabel wordt. De fabrikant moest lachen om deze verkeerde volgorde. Maar het is me wel gelukt. De overhemdenmachine is inmiddels rendabel.” 

Dat is hem onder andere gelukt door nog zo’n nieuw eigen idee: het stoomdepot. De wasserij heeft bij een aantal grote bedrijven een depot waar medewerkers hun kleding in kunnen leveren. Aan het einde van de week hangt die weer fris gewassen of gestoomd voor ze klaar. En ja, daar zitten dus ook een hoop blouses bij. 

“Wij maken lange dagen. In totaal werken we met een team van acht mensen om alle was wekelijks te verwerken. Ik vind die drukte prettig, maar soms heb ik er ook wel stress van. De was moet immers aan het einde van de dag wel klaar zijn. Een van de eerste dingen die ik nu ga doen is een klein eigen kantoor maken. Dan kan ik af en toe even de deur dicht doen en me concentreren op de administratie. Want als ik in de wasserij loop, zie ik altijd wel iets wat gedaan moet worden.”