De ziener

Het is donderdag 2 januari 1964. Op de vierde verdieping van de Van Ruusbroecstraat in Den Bosch-Zuid staat een man tussen dozen met boeken. Hij pakt ze uit. Dit is zijn nieuwe huis, al woont Cornelis voornamelijk in zijn hoofd. Hij denkt dieper dan andere Bosschenaren. Ruimer ook, dankzij een neurochirurgische ingreep. Na zijn studie wijsbegeerte heeft Cornelis zijn celebrum alias grote hersenen van een balkonnetje laten voorzien.

Ook zijn nieuwe flatje op Van Ruusbroecstraat 115 beschikt over zo’n buitenruimte. Cornelis zal dat balkon regelmatig opzoeken – een vijfendertigjarige filosoof heeft vergezichten nodig. De zeldzame keren dat de horizon is uitverteld, kijkt Cornelis naar beneden. Onder hem, in de jonge Zuiderpassage, klotst het leven. Hij hoort boodschappenmoeders, kinderstemmen en water van een fontein. Dat de filosoof een ziener is, zal pas in 2020 aan het licht komen.

Beschikt ook de natuur over profetische kracht? Het Rotterdams Nieuwsblad van 28 maart 1891 doet het vermoeden. Zij meldt dat een stoomschip met bedevaartgangers van Java naar Djeddah bij de Zuiderpassage aan de grond is vastgelopen. Voor zover bekend is het de eerste keer dat de naam Zuiderpassage in een publicatie opduikt, maar in een kapseizende context. Wil de hemel ons iets duidelijk maken? Niet uitgesloten. Het schip dat op de zandbank is gestrand, heet ‘Voorwaarts’.

In de nadagen van de Wederopbouw ruikt Den Bosch naar groene zeep, typemachinelint en verse specie. We werken, wonen en maken kinderen bij de vleet. In 1958 besluit het stadsbestuur zichzelf te verbazen met de keuze voor een eigentijds winkelcentrum op Zuid. Volgens de tekeningen van de Vughtse architect bestaat het fundament uit 520 heipalen, maar de Bosschenaar weet beter. Dit winkelcentrum rust op het onwankelbare geloof dat voorspoed een recht is.
Een misrekening zal blijken, maar bij de feestelijke opening op 25 augustus 1960 kan niemand dat voorzien. Zo’n vierduizend belangstellenden klonteren die dag samen bij de Zuiderpassage en staren naar de hemel. Zij wachten op een kolossale huishoudschaar die de wolken zal klieven. Van oudsher knipt God de linten in Den Bosch. Maar nu blijft het stil. Is hij op reis in zijn schepping, die na de oorlog flink herverkaveld is? Speelt zijn Parkinson hem parten en vreest hij mis te knippen? Of heeft hij een functioneringsgesprek, met de Onzichtbare en Onzegbare die sommigen boven God vermoeden?
Wij weten het niet. Maar dit zijn de feiten: uit het zuiden nadert een helikopter van Sabena. “Als een stofzuiger aan de hemel”, zal de geëmotioneerde verslaggever van de Tijd en Maasbode in zijn schrijfblok noteren. Onder muziekklanken landt het hefschroefvliegtuig op een grasveldje aan de Beethovenlaan. De Negende Symfonie van meneer Ludwig, inclusief ‘Ode aan de Vreugde’, zou nu op zijn plaats zijn. Maar burgemeester Loeff die uit de helikopter stapt, hoort de gelegenheidscompositie ‘Zuiderpassage.’ Zes harmonieën uit Den Bosch en ommelanden spelen betoonladderde blijdschap. Toespraken zijn er ook, al verwaaien de woorden in de wind – melk, honing, vooruitgang. Voor de genodigden eindigt de rondgang in café-restaurant Lohengrin, waar de burgemeester een gooi doet op de kegelbaan. Over zijn trefzekerheid zwijgen de archieven, maar publicitair is het een strike: de volgende dag melden landelijke kranten, waaronder de Volkskrant, Trouw en het Gereformeerd Gezinsblad, dat ‘de Lijnbaan van Den Bosch’ is geopend.

Boeddha

Tristesse maakt dun, slap en hangerig. Zulk sliertjesverdriet kun je in 2020 op de Zuiderpassage vinden. Zo overvloedig dat je er een loempia mee kunt vullen. Het bewijs levert restaurant Nieuw China. Dat is een gewaagde naam. Zowel het interieur als exterieur van Nieuw China oogt ouder dan het terracotta leger van Xi’an. Ook de twee broers Lee die het uitbaten, zijn geen jonge bamboescheuten meer: Kwong is 66, Shang 68. In de loop van de jaren is hun raamsticker van een dikke Boeddha los gaan laten. Dat is niet erg. Onthechting is een deugd.
Rechts van het restaurant zit een hammam, waarvan alle ramen met kakelbont folie zijn dichtgeplakt. Tweemaal die week bel ik bij het Oosters badhuis aan, maar niemand doet open. Fata Morgana lijkt in haar eigen naam te verdwijnen. Eenmaal overweeg ik het klepje van de brievenbus op te tillen, maar de gedachte aan een rechtszaak wegens voyeurisme in de Zuiderpassage ontneemt mij de moed. Ik klop op de glazen voordeur. Vergeefs, Fata Morgana blijft dicht. Mag je het een luchtspiegeling kwalijk nemen dat zij zich vergrendelt voor de werkelijkheid? Nee, weten kamelen, vooral zij die retorische vragen torsen.

Een troost: hun karavanen hoeven al jaren geen omweg meer te maken. Sinds 4 december 1970 kunnen zij de Zuiderpassage ook via de Lambooybrug bereiken. Met de ingebruikname van de brug ligt het winkelcentrum voortaan op een langgerekte vluchtheuvel, ingeklemd tussen vier wegen. De doodsteek, zullen sombermansen beweren. Extra klanten, voorzien zonnige zielen. Maar al snel blijkt het treurkoor te winnen. De levensvatbaarheid hapert, winkeliers komen en gaan. In 1975 schrijven ambtenaren dat “een afglijding wordt geconstateerd naar een niveau dat men bij de opening niet voor ogen had.” Volgens archiefstukken keerde de gemeente Den Bosch in 1975 drieëntwintigduizend gulden uit aan ambtelijke EFT’s oftewel eufemismetoeslagen.

Nog tweemaal zal de Zuiderpassage de landelijke media halen. Op 17 mei 1978 krijgt de Zuiderpassage de eerste glasbak van heel Nederland. Tegelijkertijd suggereert de locatiekeuze dat dit stadsdeel veel onmatige drinkers telt. Niet uitgesloten. Daagse zuipers is het anagram van Zuiderpassage. Aan drank is er ook geen tekort. Volgens krantenadvertenties uit 1978 gaat de Montilla Sherry bij de Aldi – indertijd in het winkelcentrum gevestigd – voor ƒ 3,98 de deur uit.
Ongewild staat de Zuiderpassage nog een keer in de landelijke aandacht. Op 16 november 1978 meldt De Telegraaf een overval op het PTT-hulppostkantoortje. Maar het is een sneu misdrijf. De dader gebruikt een speelgoedpistool – niet eens een echte. De buit: enige duizenden guldens.

Bewegingsmelders

Februari 2020, inspectie van het binnenplein. De vierkante vijver met fontein, waar filosoof Cornelis in 1964 op uitkeek, is verdwenen. Alleen het bronzen kunstwerk dat in het water stond, is behouden. Het staat honderd meter verder op het droge. Het stelt drie kinderen met een paraplu voor, nagenoeg de enige jeugd die je hier tegenkomt. Sowieso zie je weinig bezoekers. De Zuiderpassage is vooral een museum voor straatmeubilair. Het telt tweeënveertig fietsenrekjes, dertien plantenbakken, acht bankjes en zes prullenbakken. Een fijn museum, dat wel. Nooit gedrang of lawaai.
Wel alerte suppoosten, ontdek ik. Terwijl ik aandachtig een fietsenrekje bestudeer, trekt een man bij Smooxx Vape Experts de winkeldeur open. Hij ruikt naar ongefilterde achterdocht. Uit zijn mond kringelen vier woorden: “Meneer, wat bent u?” Dat is een indringende existentiële vraag op een maandagmiddag. Vooral zo tegen vijven, als je je al zoetjesaan begint te verzoenen met de onoplosbaarheid van nieuwe cryptogrammen die zich die dag in je hebben gevormd. “Ik zie u zo rondlopen hier”, hengelt hij. Ik snap zijn kiemende wantrouwen: iemand bezoekt de Zuiderpassage, een plek waar veel bewegingsmelders met zwaarmoedigheid kampen. Ik mompel dat ik journalist ben. Maar de man verstaat het niet goed. “Illusionist?”, vraagt ie? Nee, zeg ik: “Zelfs Hans Klok kan dit winkelcentrum niet redden. Ik ben journalist.” “Ah, dan weet ik dat”, vat hij samen en stapt weer naar binnen. Zijn stoppelbaard gaat met hem mee. Dit is het goede nieuws: bij Smooxx Vape Experts werkt een man die niet wars is van kennisvermeerdering.
Er is meer vrolijks. Want architectonisch is de Zuiderpassage een cadeautje. Strak, geraffineerd, monumentaal. Met een kanttekening: de laatste veertig jaar is het cadeautje weer ingepakt. Ook letterlijk. Folie en verf hebben prachtige doorkijkjes vernaggeld. Van de zesentwintig galerijwoningen boven de lange winkelassen lijken er zelfs veertien belegerd. Ze hebben rolluiken, waarvan een flink deel dicht is – ook op een bewolkte dag. ‘Groeten uit Grozny’, roepen de woningen in koor. Ansichtkaarten uit die voormalige Russische stad zien er zo uit, vermoed ik.

Valeriaan

De hoek om, naar de brugkant van de Zuiderpassage. Op het raam van de kleinste winkel staat een onbegrijpelijke leus, die begint met ‘Szynka en eindigt met ‘zawsze’. Het zijn Poolse woorden, verklapt Google Translate. Volgens de digitale tolk betekent de zin: ‘De ham is altijd op jacht geweest.’ Ongetwijfeld zit hier een poëziewinkel. Maar de werkelijkheid is minder dichterlijk. Binnen staat Milana tussen halflege schappen. Ze is zestig en komt uit Grozny, Tsjetsjenië. Daar vind je weinig gezellige ansichtkaarten, zal ze in brokkelig Nederlands bevestigen. In 2001 is ze met haar zoon naar Nederland gevlucht. Als gevolg van de oorlog is hij invalide. Haar levensmiddelenwinkeltje loopt evenmin. De klandizie voor Armeens brood, sleedoornsap en druivengelei is matig in Den Bosch.
Milana opent een koekblik. Veertig euro papiergeld, een hand vol losse munten. Het is haar omzet van die dag, nog een half uur tot sluitingstijd te gaan. Elke maand betaalt ze duizend euro huur aan een Rosmalens vastgoedbedrijf. Naast haar opschrijfboekje staat een pot Kruidvat Valeriaan. Losse deksel, verbroken zegel.
Als ik vertrek, pakt ze een zak kersenbonbons en een potje pruimenjam. Afscheidscadeautjes. Van betalen wil Milana niet horen. Druzbha, zegt ze. Russisch voor vriendschap. Vanavond, als ze met haar zus in Grozny skypet, zal ze haar lievelingszinnetje herhalen: vsichko shte e nared. Alles komt goed. Dat zei de burgemeester in 1960 al. Zo’n man stapt niet uit een helikopter om leugens te vertellen.

Op 30 juni 1965 nam Cornelis afscheid van zijn hoekflat met uitzicht over de Zuiderpassage. Met zijn verhuisdozen vol boeken vertrok hij naar Hertogin Johannastraat 6, elders op Zuid. In Den Bosch zou hij ook sterven, op 11 juni 2001. Zijn dood was landelijk nieuws. Begrijpelijk, want Cornelis alias Kees Verhoeven was een groot filosoof en essayist. Voor zijn oeuvre zou hij in 1970 de P.C. Hooft-prijs ontvangen.
Waarom hij al in 1965 zijn flatje boven de Zuiderpassage verliet, blijft gissen. Vond hij het te druk en rumoerig? Of vreesde hij juist de dag dat de boodschappenmoeders, kinderstemmen en klaterende fontein zouden verdwijnen? Alles wijst erop dat Cornelis Verhoeven een profetische gave had. Als hij vanaf zijn balkon over het winkelplein uitkeek, zag hij wat nog niemand zag. In de zomer dat hij zijn flatje de rug toekeerde, verscheen zijn meesterwerk ‘Rondom de leegte’.

Eric Alink. Foto: Ester van Gerwen

Vijf schrijvers, vijf residenties, vijf verhalen. In de Passage geeft iedere twee maanden een auteur een blik op de Zuiderpassage. Hij of zij neemt plaats in de glazen kubus die de Passage is en bliekt door de ramen naar buiten, loopt een rondje door het centrum, haalt iets te eten bij de Thai, gaat buurten in café Lohengrin. Het korte verhaal is fictief, maar altijd gebaseerd op het tijdelijke verblijf in de Passage. Daardoor komen twee compleet verschillende werelden bij elkaar: die van de schrijver en die van het winkelcentrum.