Altijd blijven wonen in de Zuiderpassage

“Nee, vandaag alsjeblieft geen foto’s van me maken. Ik zie er niet zo goed uit,” zegt Carola Versteijnen nog voor het interview. Ze had vannacht weer een gezondheidsincident, vandaar. Niet dat je echt iets aan haar ziet, maar it’s all in the eye of the beholder, zegt men in het grote Brittannië.

“Mijn moeder merkt het altijd wel op…” Ze voelt zich gelukkig in haar mooie appartement op de kop van winkel- en wooncentrum de Zuiderpassage. Ondanks alles. Maar dat is een lang en ander verhaal.

Oorspronkelijk komt ze van het platteland. Haaren. Het bouwbedrijf van haar vader bood een hoop ruimte, waar ook nog plaats was voor enkele beesten. Vergezichten in de groene oneindigheid. Maar als kind wist ze het al. Als ze ooit de kans zou krijgen, zou ze in een flat in de stad gaan wonen. Zonder een tuin. Dat de directe omgeving je dan voor gek verklaart, neem je gewoon op de koop toe.

Op haar 24ste was het dan eindelijk zover. Ze kocht haar huidige woning. “En ik blijf hier voor altijd wonen.” Tot het einde, bedoelt ze. “Ik wil hier sterven.” Ze klinkt zeer zeker. Is inmiddels de drijvende kracht achter het bestuur van de Vereniging van Eigenaren. “Eigenlijk doe ik van alles wat…. Penningmeester, secretaris…”

“De gemeente heeft met het toestaan van het winkelcentrum aan de Pettelaarseweg, de Zuiderpassage de nek om gedraaid.”

Ze wist helemaal niets van de Zuiderpassage, maar dat is veranderd. “Ik heb veel foto’s en filmpjes van vroeger gezien, hoe alles toen veel levendiger was. Van de gebouwen wist ik helemaal niks, maar tegenwoordig alles.” Ze woont er rustig, zegt ze, en geniet van de gezelligheid, samen met andere bewoners. “In de zomer wordt er gewoon gebarbecued op de galerijen.” Ze zou op het binnenterrein graag wat meer activiteiten willen zien, maar gelooft ook dat er voor veel winkels geen toekomst (meer) is. De ligging, denkt ze. “En bovendien: waar zouden mensen moeten parkeren? Dat is nu al een probleem, laat staan op het moment dat er weer een goed draaiende supermarkt zou komen. De gemeente heeft met het toestaan van het winkelcentrum aan de Pettelaarseweg, de Zuiderpassage de nek om gedraaid.”

Een foutje met grote gevolgen
Dat andere verhaal. De dertigjarige Carola kwam ter wereld in het ziekenhuis en daar ontdekten ze meteen dat er iets mis was met haar afweersysteem. Ze had een bloedtransfusie nodig, maar dat moest snel gebeuren, in een ander hospitaal. Een helikopter werd besteld. “In dat ziekenhuis kwamen ze er direct achter dat men het verkeerde kindje had gestuurd. Maar dan is het te laat. Zoiets moet direct gebeuren. Anders gaat je lichaam al wennen aan de foutieve situatie en het vreemde bloed afstoten.” Haar ouders werd het gek genoeg pas jaren later verteld. “Ja, een foutje. Met grote gevolgen, maar zoiets kan gebeuren. Als een zuster net het verkeerde kindje oppakt… Overal worden fouten gemaakt. In de bouw bijvoorbeeld. Maar dan wordt het meteen met wat geld opgelost. In de zorg ligt dat wat moeilijker. Maar niemand maakt met opzet fouten.”

Haar middelbare schooltijd vormde bijna letterlijk een tussenstap, op weg naar Den Bosch. Het Maurick College in Vught. Waar ze uiteindelijk terecht kwam in het VMBO theoretisch. “Als kind wilde ik chirurg of verpleegkundige worden. Maar als chirurg moest je wel heel goed Engels kunnen spreken en mijn talen….” Het werd dus de opleiding tot verpleegkundige, ook in Vught. “Na twee jaar moest ik stoppen vanwege mijn gezondheid. Dat vond ik heel erg. Het omgaan met mensen, maar ook de medisch-technische handelingen, ik vond het geweldig. Lichamelijk kon ik het gewoon niet aan. Ook mijn arts raadde het me af. Omdat ik als kind zo vaak met de gezondheidszorg in aanraking ben geweest, wilde ik dat werk echt heel graag doen. En ik heb met doorzetten altijd veel bereikt.”

“Ik ging werken in een apotheek in Geldermalsen, maar daar kon ik niet wennen. Dat is zo’n ouwesokkengebied…”

De school heeft de toen bijna achttienjarige alle hulp geboden. Ze mocht de opleiding tot doktersassistente in een verkorte versie doen. En vond daarna een baan in het Jeroen Bosch Ziekenhuis. “Maar daar miste ik de uitdaging. Ik ben toen in het Elizabeth in Tilburg de hbo-opleiding tot longfunctie-analist gaan volgen. Op de talen na, kon ik namelijk makkelijk leren.” Na anderhalf jaar moest ze echter stoppen met die studie, omdat plots een zware darmoperatie nodig was. Haar defecte afweer had haar namelijk al opgezadeld met de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa, ontstekingen van en in het darmkanaal.

Driekwart jaar liep ze vervolgens rond met een open wond, als gevolg van ontstekingen en koliekaanvallen. “Gewoon thuis, want ik had geen zin in het ziekenhuis en bovendien wist ik zelf ook wel hoe ik alles dagelijks moest spoelen.” Naar de opleiding kon ze fluiten, want werken met een open wond en omdat ze morfine gebruikte vanwege de koliekaanvallen, dat ging niet. De ziektewet dus. “Maar ik ben daarna teruggegaan naar mijn school in Vught en de directrice raadde me aan om de opleiding tot apothekersassistente te gaan doen.” Uiteraard rondde ze die ook af. Binnen veertig weken. Ze kreeg een baan in Veghel en ging en passant de opleiding tot farmaceutisch consulent doen, in Utrecht. Intussen wisselde ze noodgedwongen ook nog van werkplek. “Een apotheek in Geldermalsen, maar daar kon ik niet wennen. Dat is zo’n ouwesokkengebied…” Ze schrikt van haar eigen woorden. “Misschien moet ik dat anders omschrijven?” Het was ook de tijd dat ze zich definitief in Den Bosch vestigde. Een kleine nachtmerrie voor haar moeder, die haar tot die tijd bijna iedere nacht moest bijstaan.

De leidingen
Ze was meteen verliefd op haar appartement in de Zuiderpassage. “Het was tenminste niet zo vreselijk klein en ook nog eens betaalbaar. Ik wilde dicht bij de stad zitten, een parkeerplek hebben en zo naar de snelweg kunnen rijden. Ik heb hier goede buren en het was voor mijn moeder ook goed. Zij kreeg meer vrijheid, al moest ze er erg aan wennen.” Het lijkt een understatement, want haar moeder hangt aan de telefoon bij koliekaanvallen en wacht net zo lang tot de morfine werkt. En belt 112, wanneer de spraak van haar dochter wegvalt. Of wordt door het ziekenhuis gebeld, omdat Carola zelf om een ziekenwagen heeft gebeld.

Sinds haar operatie liep en loopt ze rond met morfine. “Vroeger pleisters, maar tegenwoordig vooral in de vorm van capsules of vloeibaar.” Want de koliekaanvallen blijven gewoon komen, te pas en vooral te onpas. Haar nieren doen ook al niet meer zo goed mee, want die kregen een klap door haar darmproblemen. Ze drinkt elke dag heel veel water. Ze maakt gebruik van de WIA-wetgeving (de opvolger van de WAO), voor langdurig zieken. Ze is 65% afgekeurd, maar werkt aan haar herstel en wil per se weer aan het werk. “Afhankelijk van wat nog haalbaar is natuurlijk, maar ik wil wel doelen hebben en een zo normaal mogelijk leven leiden.”

Haar leven staat in het teken van de leidingen.

Tot die tijd is ze druk met het werk voor de Vereniging van Eigenaren. “Er moet veel gebeuren aan de gebouwen. We lopen op dit moment erg aan tegen alle asbestleidingen. Die lopen van de kelders tot op het dak, beginnen te lekken, moeten dan vervangen worden en dat kost een heleboel geld. In de laagbouw kun je er makkelijk bij, maar in de flats moet je alle badkamers openbreken. We hebben vorig jaar twee lekkages gehad. Een zeer kostbare zaak.” Ze voorziet in de nabije toekomst helaas ook nog vele saneringskosten. Haar leven staat in het teken van de leidingen… “Ha ha, ja, zo kun je het wel zien, ja.”

Door onze gastschrijver: Tino Pol