Category: interview

“Van mij mag het gesloopt worden”

Tijdens de rommelmarkt Zuid Rommelt vroegen wij bezoekers: uit welk jaar stamt deze oude foto van de Zuiderpassage? Alles kwam voorbij, van 1955 tot 1988. Maar er was uiteraard maar een goed antwoord: 1960. Trude Baert (1945) was een van deze wijze mensen die het bij het juiste eind hadden.

Veel méér dan een winkel

Ben, Bas en Benno. Het zou een begin van een leesplankje kunnen zijn. Ware het niet dat de belangrijkste letter hier nog niet staat. Joke – mét een grote hoofdletter J – is de spil van de familie Van Sleeuwen. Zoals dat wel vaker gaat in een gezin met enkel zoons, wordt moeder op handen gedragen. Ze is het geheim van een goed lopend familiebedrijf.

Er zit een konijn in de wachtkamer

Wie dacht dat dierenartsen in grote villa’s wonen en in dure auto’s rijden heeft het mis. Van de universitair geschoolden verdienen alleen theologen slechter dan de dierenarts. Het is een feit waar dierenarts Paul (29) – pas vorig jaar afgestudeerd – zijn schouders bij ophaalt.

De wandelende encyclopedie

Dozen vol krantenknipsels met bijzondere namen, over honderdjarigen en over zestigjarige huwelijksjubilea. Een steeds maar groeiend onderzoek naar de geschiedenis van de huisnummering van ‘s-Hertogenbosch vanaf de achttiende eeuw. En een uitgebreide documentatie van winkels die ooit in de Zuiderpassage zaten. Het huis van Theo van Herwijnen (1951) is een groot archief.

“Ik had nog nooit een was gedaan”

Eerst was er olie. Een hoop motorolie. Waren er gesprekken over paardenkracht en het geluid dat volgens liefhebbers zonder discussie het allermooiste geluid is dat er is: dat van een ronkende Harley. Na twaalf jaar werken bij Harley Davidson was er voor Koen van Oirschot opeens een witte en een bonte was.

Altijd blijven wonen in de Zuiderpassage

“Nee, vandaag alsjeblieft geen foto’s van me maken. Ik zie er niet zo goed uit,” zegt Carola Versteijnen nog voor het interview. Ze had vannacht weer een gezondheidsincident, vandaar. Niet dat je echt iets aan haar ziet, maar it’s all in the eye of the beholder, zegt men in het grote Brittannië.

Van kantelpalletjes tot computers

In Den Bosch is het een puinhoop: gebouwen liggen in puin, de mensen hebben honger, er is veel kapot en de armoede is groot. Het noorden van Nederland wacht met smart op de bevrijding. In het zuiden is een paar ondernemers zo dapper om iets nieuws op te starten.

De dartende stukadoor

Als Hendri Welts (1978) ’s middags de deur van zijn dartwinkel opent, heeft hij er al een hele werkdag op zitten. ’s Ochtends staat hij vroeg op om aan de slag te gaan als stukadoor. “Dat is voor het brood op de plank. De winkel is eigenlijk mijn hobby.”

Kabeljauw met graat

De drukte van de middaglunch is net voorbij of visverkoper Kees Kuijt (1964) is al weer bezig met de mise-en-place voor de avond. Vanuit zijn kraam wijst hij naar het glazen kantoorpand van de Passage in de Zuiderpassage. “Daar had ik ook wel willen zitten. Nee, niet met mijn vis. Als financieel adviseur.”

Een strontje speciaal, alsjeblieft

Ach ja, die tijd dat alles voor schut is. Dat je niet per se op de grapjes van je ouders zit te wachten. En dat het leven al moeilijk genoeg is zonder al die goedbedoelde humor. Die tijd. Die van worstelende pubers. Van zoveel zelfbewustzijn dat je er naar van wordt. De tijd waar we nu opgelucht om lachen. Vooral omdat we weten: die komt gelukkig nooit meer terug. Als Remke Reuser (1974) langs de Zuiderpassage loopt denkt ze dat héél vaak. 

Pauly zoekt een opvolger

Gezocht: nieuwe eigenaar voor café Lohengrin. Met cafésituatie op de begane grond en een compleet geïsoleerde kelder voor live muziek. Meerdere toiletgroepen aanwezig, evenals een rokerscabine. Er zijn uitstekende mogelijkheden voor een ruim terras op het zuiden. Huidige uitbater Pauly da Silva is 65 jaar geworden; een mooi moment om de fakkel over te dragen. “Het zou zonde zijn als dit zomaar vergaat.”

Leven in volledige vrijheid

Peter Koene kocht ooit bij Keser in de Zuiderpassage zijn favoriete bureaustoel. De kunstenaar is er zuinig op. “Mooi? Nee, echt mooi is hij niet. Maar daarvoor heb ik hem ook niet gekocht.”

Bram moest alles opnieuw leren

In 1999 stak Bram Brantjes een zebrapad over. De auto van links zag hem wel. De auto van rechts niet en reed met 50 kilometer per uur door. “Ik was zo goed als dood. Na acht maanden was ik er weer.” Als voormalig directeur met een zeventigurige werkweek, moest hij op zoek naar iets nieuws.