Welkom bij: de Passage

Een blog van, over en voor de Zuiderpassage. Wie wonen en werken er in het winkelcentrum? Welke verhalen gaan er schuil achter de gevels, aan de grond en in de hoogte?

Foto turen: de uitslag

Het was 1960. Juli 1960 om precies te zijn, een maand voor de officiële opening door de burgemeester. Tijdens de rommelmarkt van 16 juni j.l. vroegen wij bezoekers om het jaartal van deze foto te raden. Zeven deelnemers wisten of gokten het goede antwoord.

De Zuiderpassage op het doek

De Passage biedt onderdak aan de creatieve clubs van Knip je Hip en Naailawaai. Op 3 juli sloten de kinderen – degenen die nog niet op vakantie waren althans – het cursusjaar af met een zonnige schildersessie bij café Lohengrin. De opdracht: maak je eigen impressie van de Zuiderpassage. Zoals het is. Zoals het was. Zoals je het graag zou willen zien.

Altijd blijven wonen in de Zuiderpassage

“Nee, vandaag alsjeblieft geen foto’s van me maken. Ik zie er niet zo goed uit,” zegt Carola Versteijnen nog voor het interview. Ze had vannacht weer een gezondheidsincident, vandaar. Niet dat je echt iets aan haar ziet, maar it’s all in the eye of the beholder, zegt men in het grote Brittannië.

Van kantelpalletjes tot computers

In Den Bosch is het een puinhoop: gebouwen liggen in puin, de mensen hebben honger, er is veel kapot en de armoede is groot. Het noorden van Nederland wacht met smart op de bevrijding. In het zuiden is een paar ondernemers zo dapper om iets nieuws op te starten.

De dartende stukadoor

Als Hendri Welts (1978) ’s middags de deur van zijn dartwinkel opent, heeft hij er al een hele werkdag op zitten. ’s Ochtends staat hij vroeg op om aan de slag te gaan als stukadoor. “Dat is voor het brood op de plank. De winkel is eigenlijk mijn hobby.”

Kabeljauw met graat

De drukte van de middaglunch is net voorbij of visverkoper Kees Kuijt (1964) is al weer bezig met de mise-en-place voor de avond. Vanuit zijn kraam wijst hij naar het glazen kantoorpand van de Passage in de Zuiderpassage. “Daar had ik ook wel willen zitten. Nee, niet met mijn vis. Als financieel adviseur.”

Foto turen

Er werd gedubd, gesproken, getwijfeld, gewikt en gewogen. Er waren tientallen gokjes, die van ‘ik doe maar wat’ tot ‘zeker weten’ gingen. Er werden mensen herkend op de foto. Een broer van een bezoekster bleek bij de fontein te zitten. Er waren er die meerdere keren terugkwamen om hun inzending aan te passen.

De laatste passage

Er staat een meisje op het blauwe bankje. Met haar handen in de zakken van een groezelige, groenbruine overall kijkt ze om zich heen. De zon is bijna achter de daken verdwenen maar laat nog een paar stralen op haar rode haar vallen, waardoor ze een beetje op een toorts lijkt. Ze is ongeveer net zo oud als ik, denk ik. Dertien. Veertien?

Het verhaal van het muurmozaïek

Wie vanaf de voorkant het binnenplein op loopt ziet het niet: het mozaïek dat precies in het midden van de passage de muur siert. Dit soort mozaïeken zien we vaker bij gebouwen uit de naoorlogse periode. Ook vóór de oorlog gebruikt men dit soort kunsttechnieken al om gebouwen en openbare plekken aan te kleden. Maar in de architectuur van de wederopbouw zien we ze wel opvallend vaak.

Rondleiding door de Zuiderpassage

Verdachte steentjes. Dat zijn het. Wies van Leeuwen tast, bekijkt, wrijft en peutert. Hij wijst: “Kijk, daar, zie je die scheur? En die systeemplafonds? Of die dikke houten kozijnen? Die zijn dus niet origineel.” We maken een wandeling met een kenner op het gebied van cultuurhistorie en architectuurgeschiedenis.

Een strontje speciaal, alsjeblieft

Ach ja, die tijd dat alles voor schut is. Dat je niet per se op de grapjes van je ouders zit te wachten. En dat het leven al moeilijk genoeg is zonder al die goedbedoelde humor. Die tijd. Die van worstelende pubers. Van zoveel zelfbewustzijn dat je er naar van wordt. De tijd waar we nu opgelucht om lachen. Vooral omdat we weten: die komt gelukkig nooit meer terug. Als Remke Reuser (1974) langs de Zuiderpassage loopt denkt ze dat héél vaak.